Beoordelingshandleiding voor Open-ICT studenten. Gebruik bij het beoordelen, evalueren of geven van feedback op vaardigheden en beroepstaken. Bevat principes voor niveaubepaling (cumulatief voor 8 vaardigheden, uitzonderingen voor Pro-actief handelen en Kwalitatief product maken), evaluatieopbouw, minimale vereisten voor assessment, en feedbacksystemen. Verwijs altijd naar exacte bewijsmaterialen uit Portflow.
Provides the Open-ICT assessment framework for evaluating student skills and professional tasks. Claude uses this to structure evaluations, assess skill levels cumulatively, and reference specific evidence from Portflow when giving feedback.
/plugin marketplace add gijsbartman/hogeschool-utrecht/plugin install open-ict@hogeschool-utrechtThis skill inherits all available tools. When active, it can use any tool Claude has access to.
De vaardigheden bij Open-ICT zijn onderverdeeld in drie categorieën die aansluiten bij de doeldomeinen van Biesta (kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming):
Productvaardigheden (Kwalificatie):
Sociale vaardigheden (Socialisatie):
Persoonsvormende vaardigheden:
De HBO-i beroepstaken zijn gestructureerd volgens vijf architectuurlagen en vijf activiteiten:
Architectuurlagen:
Activiteiten:
Elke combinatie van een architectuurlaag met een activiteit vormt een specifieke beroepstaak die studenten moeten beheersen op een bepaald niveau, afhankelijk van hun studiejaar en beroepsrol.
Algemeen Principe: Bij het beoordelen, evalueren of geven van feedback moet altijd verwezen worden naar de exacte naam van het bewijsmateriaal zoals het in Portflow staat. Dit zorgt voor duidelijkheid en traceerbaarheid.
Types bewijsmateriaal:
Bij het beoordelen van vaardigheden gelden twee belangrijke regels:
A. Cumulatieve Opbouw (8 van de 10 vaardigheden): Voor deze vaardigheden moet de student voldoen aan ALLE criteria van:
Bijvoorbeeld: Een student die niveau 2 wil behalen voor de vaardigheid 'samenwerken', moet aantonen dat zij voldoet aan ALLE criteria van niveau 1 én niveau 2.
B. Uitzonderingen (2 vaardigheden): Voor deze vaardigheden hoeven alleen de criteria van het beoogde niveau behaald te worden:
Bij beroepstaken geldt het 'OF' principe:
Een evaluatie moet de volgende elementen bevatten:
Contextbeschrijving
Bewijsvoering
Niveauonderbouwing
Ontwikkelingsrichting
Evaluatie-frequentie
Gildeactiviteiten (vanaf jaar 2)
Aanwezigheidsregistratie
A. Objectiviteit:
B. Constructiviteit:
C. Specificiteit:
Situatieschets
Bewijsmateriaal
Gewenste Focus
Bij het beoordelen of evalueren, verwijs altijd naar de exacte naam van het bewijsmateriaal:
Voor de vaardigheid 'Samenwerken' niveau 2:
Een complete evaluatie bevat:
Context: "Tijdens het project 'Webshop Development' (september-december 2024) werkte ik als frontend developer..."
Bewijsvoering: "Uit 'Evaluatie samenwerken & boodschap delen' blijkt dat ik actief deelnam aan daily stand-ups. In 'Feedback Sprint Review 2' wordt bevestigd dat ik constructief feedback gaf..."
Niveauonderbouwing: "Dit toont aan dat ik voldoe aan criterium 1.2 van niveau 2 voor Samenwerken, waarbij wordt gevraagd om actieve participatie in teamoverleggen..."
Ontwikkelingsrichting: "Om naar niveau 3 te groeien, moet ik meer initiatief nemen in het faciliteren van teamoverleggen..."
Een effectieve feedbackaanvraag bevat:
Situatieschets: "Ik werk aan de vaardigheid 'Kritisch oordelen' en wil feedback op mijn niveau 2 beoordeling voor het project 'API Design'."
Bewijsmateriaal:
Gewenste Focus: "Ik wil specifiek weten of mijn analyse van verschillende API-design patronen voldoet aan de criteria voor niveau 2, en wat ik nodig heb om naar niveau 3 te groeien."